Alopecia X, 'Black Skin Disease', BSD
Alopecia betekent het verlies van haren, die er wél horen te zijn. In de praktijk wordt er vaak (onterecht) gesproken over alopecia bij verminderde vachtconditie en beharing. Gedeeltelijk verlies van haren noemen we hypotrichose.
Alopecia X is een bepaalde vorm van kaalheid, die we met name bij de Dwergkees (Pomeranian) zien. Deze aandoening heeft in de loop der jaren een hoop namen gehad en staat bij fokkers en professionele vachtverzorgers beter bekend als Black Skin Disease (BSD) of Black Skin Syndrome of Pomeranians.
Andere benamingen zijn:
- Atypische Cushing
- Pseudo Cushing
- Groeihormoon responsieve alopecia
- Castratie responsieve alopecia
- Bijnier-geslachtshormonen onbalans
- Folliculaire groeistoring bij wolharige honden
- Gonadal sex hormone dermatosis
- Huidbiopt responsieve alopecia
- Hair Cycle Arrest
In het verleden is de diagnose Alopecia X ook bij andere ‘Plush-coat’ hondenrassen gesteld. Zoals Chow Chows, Siberische Husky’s, Keeshonden en Samojeeds. Momenteel bestaat de discussie of Alopecia X bij de dwergkees een andere aandoening is dan de vachtproblemen en alopecia die we bij de andere ‘Plush-coat’ rassen kunnen zien.
Er zijn de afgelopen decennia relatief veel onderzoeken gedaan naar de oorzaak van de kaalheid, hoe vaak komt het voor (prevalentie), hoe stellen we de diagnose en natuurlijk hoe kunnen we deze honden het beste behandelen.
Alopecia X is meer een syndroom dan een specifieke ziekte. Het kent verschillende uitingen en gradaties van klachten. Het lijkt vooral bij Dwergkezen voor te komen waarbij er in de loop der jaren verschillende afwijkingen in de hormonen, haargroei cyclus en haarzakjes (haarfollikels) gevonden zijn.
Aan de diverse benamingen is te zien dat de bijnieren, groeihormonen en geslachtshormonen een rol lijken te spelen. Maar ondanks al het onderzoek de afgelopen jaren is er nog steeds geen oorzaak gevonden. Vandaar de ‘X’ in Alopecia X.
Tegenwoordig herkennen we naast alopecia ook problemen met de vachtkwaliteit en hypotrichose. De laatste jaren gaat de voorkeur ook uit naar de term ‘Hair Cycle Arrest‘. Het betekent letterlijk dat de haargroei cyclus (hair cycle) tegengehouden (arrest) wordt. De precieze trigger is vaak niet bekend en verschilt per hond. Kortom: iets zorgt ervoor dat de haarcyclus gepauzeerd wordt. Na het uitvallen van de dode haren, groeien er geen nieuwe haren en ontstaan er kale plekken. Hieronder lees je iets meer over de haargroei cyclus.
Haargroei cyclus
Haargroei bij de hond
Normaliter zullen dode haren vervangen worden voor nieuwe groeiende haren dankzij de haargroeicyclus.
Er bestaan vijf groeistadia: groeifase (anagen), overgangsfase (catagen), rustfase (telogen+kenogen) en exogen (haaruitvalfase).
Als alles goed verloopt, gaat het haarzakje in regressie na de exogene fase en krijgt het vanuit het lichaam een startsignaal om de cyclus opnieuw te starten. Vanuit de stamcellen in de dermale papil vormt zich dan een nieuw haarzakje dat een nieuwe haar zal maken.
Lees meer over de haargroeicyclus in het artikel ‘Abnormaal haarverlies bij hond en kat‘.
Hieronder de verschillende groeifasen bij de hond:
'Wooly' coat
Helaas is de exacte oorzaak van Alopecia X tot op heden nog niet ontdekt. Een aantal jaar geleden werd ik benaderd door gediplomeerd hondentrimmer én dwergkeesexpert Demi Korporaal van Pom’s Trimsalon. Zij deelde haar kennis en ervaring met dwergkeesvachten.
De afgelopen jaren ben ik hier beter op gaan letten en herkennen we twee vachtsoorten bij de Pomeranian: (1) Plush coat / gewone Keesvacht en (2) Wooly coat / extreme wolvacht.
Hieronder op de foto’s kun je het verschil zien; de hond op de linker foto heeft een gewone Keesvacht en de hond op de rechter foto een extreme wolvacht.
De afgelopen jaren heb ik zowel in de eerstelijnspraktijk als in de dierenziekenhuizen waar ik heb gewerkt, meer dwergkezen met Alopecia X gezien bij honden met extreme wolvacht dan de gewone Keesvacht. We zien de ‘wooly coat’ vaak bij de kleuren crème, sable en wit.
Het is momenteel niet bekend of de extreme wolvacht (‘wooly coat’) een variant van Alopecia X is, een voorstadium of het totaal losstaat van dit syndroom. Naar aanleiding van het contact met Demi zijn we hier wel een wetenschappelijk onderzoek naar gestart (zie onderaan de pagina).
Kenmerken van de extreme wolvacht:
- verstoorde verhouding wol- en dekharen. Meeste dwergkezen van deze vachtsoort hebben weinig dekharen, de paar dekharen die ze hebben groeien in sprietjes over de romp/flanken. De vacht bestaat bijna volledig uit wolharen.
- Wolharen klitten makkelijk en de vacht is moeilijk doorkambaar. Ook met de waterblazer kom je er moeilijk doorheen.
- De huid is ook vaak droog met schilfers. Hierdoor kunnen de honden ook uitingen van jeuk laten zien en zijn ze gevoelig voor het ontwikkelen van secundaire huidinfecties.
Symptomen Alopecia X / BSD
- Verminderde vachtconditie: verlies van glans, doffe kroezige haren
- Verstoorde verhouding dek- en wolharen
- 'Wooly coat': overmatige wolharen van matige kwaliteit
- Overmatig haarverlies
- Dunnere vacht
- Kale plekken / Alopecia
- Zwartverkleuring van de huid
- Secundaire huidinfecties met bacteriën/gisten: schilfers, korstjes, pukkeltjes, ongewenste geurtjes
- Haren groeien na scheren niet terug
- Haren groeien na trauma, wondjes en huidbeschadigingen wél terug (bv na een operatie of bloedprikken)
Bij de gewone Keesvacht zien we dat in eerste instantie de dekharen uitvallen. Hierdoor gaat de algemene vachtconditie achteruit. De vacht wordt meestal droog, dof en kroezig.
Uiteindelijk zal de dunner wordende vacht zich uitbreiden. Wolharen zullen ook uitvallen resulterend in complete kaalheid (alopecia).
Bij de extreme wolvacht zien we niet direct verschil in welke haren er eerst uitvallen. De vachtconditie is matig: doffe en broze haren. De hond krijgt makkelijk klitten en de vacht is moeilijk doorkambaar. Uiteindelijk zal de vacht steeds dunner worden tot er grotere delen kaal worden.
Bij beide vachtsoorten kan de huid vervolgens zwart of grijs verkleuren doordat de vacht de huid niet meer beschermt. Dit noemen we hyperpigmentatie. Lees hier meer over in het artikel ‘Pigment bij dieren‘.
Kenmerkend is dat haren na het scheren niet terug willen groeien. Na het nemen van biopten , huidafkrabsels, na een operatie of bij diepe huidontstekingen kunnen haren ‘ineens’ terugkomen. Meestal als kleine plukjes haren. Dit heeft vermoedelijk te maken met lokale stofjes (o.a. groeifactoren) die vrijkomen na trauma en schade aan de huid.
De kaalheid wordt het meest bij de nek, staartbasis, broekspieren en rondom de anus gezien. Met de tijd kan ook de flank en romp kaal worden. De voeten/poten en kop zijn altijd normaal behaard.
De huid in de liezen en op de buik is vaak erg droog, bijna perkamentachtig. Er kunnen ook mee-eters gezien worden. Omdat de huidbarrière vaak verstoord is bij honden met Alopecia X, zijn zij gevoelig voor het ontwikkelen van bijkomende huidinfecties met bacteriën en/of gisten. Symptomen van een huidinfectie zijn schilfers, korstjes, overmatig haaruitval, kale plekjes, ongewenst geurtjes, rode puntjes (papels) en pukkeltjes.
Sommige honden met Alopecia X kunnen enige mate van jeuk laten zien. Dit wordt meestal veroorzaakt door een aanwezige huidinfectie en/of droge huid. Heeft de hond ook last van oorontstekingen en likken aan poten of sleetje rijden? Dan is er mogelijk meer aan de hand, zoals een onderliggende (gelijktijdige) allergie. Dit laatste zien we steeds vaker bij dwergkezen.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld op basis van:
- Signalement (ras, leeftijd, geslacht)
- Anamnese en ziektegeschiedenis
- Symptomen
- Uitsluiten van andere aandoeningen (hypothyreoïdie, ziekte van Cushing, overmaat aan geslachtshormonen)
- Weefselonderzoek (histopathologie) van huidbiopten
- (bloedonderzoek geslachtshormonen)
Op basis van het ras en de symptomen kunnen we meestal de waarschijnlijkheidsdiagnose Alopecia X stellen. Het advies is om andere oorzaken van kaalheid zonder jeuk uit te sluiten en daarna huidbiopten te nemen. De huidbiopten worden opgestuurd naar de patholoog in een extern laboratorium. De patholoog ziet een overmaat aan niet-groeiende haren (catagene haren), atrofie van de huid en kenmerken zoals zgn. ‘flame follicles’. Hiermee kan men de waarschijnlijkheidsdiagnose bevestigen.
Vroeger werd er geadviseerd om niet gecastreerde teefjes en reutjes te castreren vóórdat men met het diagnostische traject ging starten. In bijna 75% van de gevallen zag men dat castratie voor teruggroei van haren zorgde. Tegenwoordig doen we het anders.
Bij honden met uitingen van jeuk zoals likken aan de poten, krabben, sleetje rijden, schuren etc. is het aan te raden om mogelijke oorzaken van jeuk te onderzoeken. Dikwijls zie ik dwergkeesjes met zowel een huidallergie áls Alopecia X. Bij correcte behandeling van de allergie, groeien meestal de haren ook terug.
Meer weten over de verschillende behandelingsopties? Lees dan het artikel ‘De behandeling van Alopecia X / BSD’.